Dendrobates ventrimaculatus

Dit kikkertje was vroeger bekend onder de naam 'quinquevitttus'.   D. quinquevittatus is echter een heel ander kikkertje, dat niet zo vaak in terraria te zien is. D. ventrimaculatus is echter een leuk klein, redelijk gemakkelijk te houden en te kweken kikker. Ze kunnen goed als 'bij-kikkertje' gehouden worden bij soorten als D. tinctorius, D. azureus, D. galactonotus, D. leucomelas, enz. Kortom: bij alle niet verwante gifkikkersoorten.  Het is een kikkertje dat ook geschikt is voor de kikkerliefhebber met wat minder ervaring. Bovendien is de prijs aantrekkelijk.

Het is een zwart kikkertje, met gele, oranje of rode lengte strepen op het lichaam. De poten hebben een blauwe netvormige tekening op een zwarte ondergrond. Het geslachtsonderscheid is zeer moeilijk. De hechtschijfjes aan de tenen geven geen garantie of u met een man of vrouw te doen heeft. De baltsroep of het leggen van eieren geeft meer zekerheid.

Er zijn verschillende varianten van de 'ventrimaculatus' in omloop:

'Gele' ventrimaculatus  'Rode' ventrimaculatus 'Missing black'

De 'missing black' heb ik verkregen uit een kruising van twee 'normale' gele ventrimaculatussen. Tussen de normaal zwarte eitjes zaten enkele witte. De larven werden ook veel lichter en na de metamorfose was ik een kikkervariant rijker. Deze kikkertjes heb vervolgens apart gehouden en ik kweek er intussen weer mee verder: alle nakweek is missing-black.
Deze kleurvariant is dus een recessieve eigenschap.

  

Herkomst: Amazone gebied, Frans Guyana

Huisvesting + kweek:
De kweek van de D. ventrimaculatus kan zowel in kleinere- als in grotere terraria. Zowel in een speciaal terrarium als gecombineerd met andere grotere Dendrobatus soorten. Ze kunnen zowel als paartje gehuisvest worden, als in een wat grotere groep. Een belangrijke voorwaarde is wel dat het terrarium goed afgesloten moet zijn. Ze kunnen zelfs over de bovenkant van een iets te ruime schuif-ruit ontsnappen!
De temperatuur moet rond de 25 oC zijn.
Heel veel eisen stellen ze niet aan de inrichting, maar ze zitten graag in de oksels van bromelia's. In deze bladoksels zetten ze ook hun eieren af.
De paring gaat net als bij andere Dendrobaten: het vrouwtje stimuleert het mannetje, het mannetje begint te roepen. De baltsroep klinkt als een zacht zoemertje. Vervolgens zoeken ze een plaats op om de eieren af te zetten. Behalve bladoksels gebruiken ze ook graag fotokokertjes en de bekende kokosnoot als legplaats. Zorg dat er een klein laagje water in staat.
In een kokosnoot kunnen ze weken achtereen nieuwe legsels bij de oude legsels in leggen. Haal daarom uit een kokosnoot niet meteen het legsel weg maar laat het een week liggen. Na een week kunt u eventueel voorzichtig het oudste legsel weghalen en zelf verder verzorgen. (Laat af en toe ook eens een legsel liggen zodat ze zelf ook aan hun broedzorg toe komen)
De larven worden apart opgekweekt tot ze na ongeveer 3 maanden metamorfoseren tot kikkertje.
Zodra ze aan land komen zijn ze al bijna even groot als de volwassen dieren en lusten ze graag springstaarten. Ook bladluizen, kleine- en  grote fruitvliegen staan op hun menu.